zondag 30 maart 2014

Laatste Loodjes


En dan ligt er opeens nog maar een kleine week voor je. Drie weken waarin veel is gezweet, gedanst, gezongen, gelachen en soms buikpijn. Nog steeds door iedereen nagestaard worden, het woord muzungu, kiswahili voor blanke, zal ik nooit vergeten. Kinderen die achter de auto aanrennen en naar je zwaaien of op de school arriveren en 50 peuters high fives geven, het is allemaal bijna een beetje normaal geworden. 
De afgelopen week was een zeer heftige week. Je bent ergens al vrij lang, het nieuwe en spannende gaat eraf en bepaalde dingen gaan zijn tol eisen. Maar als je dan om kwart over zeven s’ochtends in een lokaal met 30 hele enthousiaste kinderen staat ben je dat meteen vergeten.
Vorige week maandag is de start gemaakt met materiaal maken. Aankomende donderdag zal Tamani Junior School een heuze theater première genieten met 100 enthousiaste kinderen tussen de leeftijd van 6 en 10. Oke, of ze alle plaatsen, pasjes en spel zullen onthouden is een grote vraag maar ook dat is een uitdaging die we aangaan. 

Hoe krijg je kinderen aan het toneelspelen die niet eens weten wát dat is. De centrale vraag die de afgelopen weken door mijn hoofd heeft gespookt. En ik denk dat ik een deel van het antwoord heb gevonden. Héél véél voor spelen en wel zo groot mogelijk. Niet bang zijn om iets lelijks voor te doen. Als jij het op 300% laat zien zullen ze misschien 5% daarvan doen, dan gebeurt er dus tenminste iets.
Maar de andere vraag die door mijn hoofd spookt, en dat is best een pijnlijke, is het niet een egoïstische gedachte dat kinderen die niks hebben, sommigen hebben geen eens een bed of wonen met z’n zessen in een hutje, dringende behoefte hebben aan toneelles. 
Natuurlijk is dat een egoïstische gedachte, maar tegelijkertijd zien we nu al kleine vruchten afwerpen van de maand dat wij hier zijn. Van de week liepen we door een aantal shamba’s op weg naar een PalmWine café. Dat is een café waar ze palmwijn maken, dat is het vocht wat uit een palmboom komt. Niet mijn ding. Maar we waren onderweg en hoorde op een gegeven moment gezang komen vanuit een klein hutje en zagen toen een stuk of vijf kinderen de shamba in rennen die waka waka zongen, een liedje van Shakira wat op iedere school als start nummer werd gebruikt om op te warmen. Ze onthouden ons dus, ze onthouden die muziek en toen ze ons weer zagen was dat het eerste wat ze deden, dat voor ons zingen. Ik kan alleen maar hopen dat die herinnering blijft bestaan, en dat ze in donkere dagen daar aan terug kunnen denken. Terug denken aan de lessen en de lol die ze hebben gemaakt. Dat er heel weinig voor nodig is om zoveel lol te maken.

Vorige week zijn we bij Peter en zijn familie op bezoek geweest, de Mutuku’s. Het was twintig minuten rijden vanaf de grote weg over een junglepad, toen werd het te dichtbegroeid en moesten we nog ongeveer twintig minuten te voet verder. Into the wild maar dan een Afrikaanse versie. Steppe, Lion King bomen en stilstaand water zo ver uitgestrekt dat je oneindig de natuur in kijkt. Dat was hun achtertuin. Want temidden van al deze natuur stonden opeens een vijftal lemen hutjes. Het zag er op de één of andere manier ‘mooier’ uit dan bij Wilfred thuis. Ik denk door de omgeving, ik vind het vreselijk dat ik dit opschrijf maar als westerling heeft het bijna iets romantisch. Ik kan me niet eens voorstellen dat mensen daadwerkelijk zo leven. En als je er dan opeens middenin staat met je filmcameratje en een tas vol speelgoed, geen idee hoe dan te reageren. Het is zo onwerkelijk, zo ver van huis, die aanblik went nooit.
Niet de hele familie Mutuku was aanwezig. De oudste zoon wist me duidelijk te maken dat heel veel kinderen in de wildernis aan het spelen waren. Het was zaterdag en de kinderen waren dus vrij, laat ze maar spelen dacht ik.
Hij probeerde me in gebrekkig Engels uit te leggen wie er allemaal leefden. Ik begreep iets over twee families die samen leven in één huis maar precies wist ik het niet te ontcijferen. De dag daarna hoorde ik van Wims vrouw dat er 18 kinderen leven. De ouders van Peter zijn overleden en zijn oom en tante hebben toen hem en zijn acht broertjes en zusjes in huis erbij genomen. Gelukkig hebben een aantal kinderen nu een sponsor maar de oudere zijn gedwongen om mee te werken op het land. Als zo’n zus mij dan vertelt dat ze wel dokter of piloot zou willen worden breekt mijn hart altijd een beetje. Omdat ik ergens dondersgoed weet dat die dromen te groot zijn. Maar lachen en zeggen dat het goed is om te dromen is het enige wat je dan kan doen, denk ik.

Het materiaal maken voor de voorstelling is verrassend snel en productief gegaan. Op woensdag lag er eigenlijk voor iedere groep al een aantal scènes klaar. 
Groep 1 speelt een dierentuin, een ranger bevrijdt alle dieren waarna ze een optocht lopen door de jungle. Wilfred doet het fantastisch als aapje, hoewel hij liever leeuw wilde spelen samen met zijn beste vriend die wij steevast ‘little lion man’ noemen vanwege zijn eeuwige grommen en brullen, dat doet hij al vanaf dag één. 
Maar het voelt wel vaak als vier stappen vooruit en dan vijf terug. Ze vergeten vaak alles weer. Maar soms denk ik ook dat ze het even vergeten door hun enthousiasme. Ze zijn dan zo blij dat er weer les is dat ze niet anders kunnen dan de eerste vijf minuten door elkaar springen en schreeuwen. Daarnaast zijn ze ook gewoon nog heel klein.
Martha de juf van deze groep is vanaf het begin een grote steun voor ons. Ze is er iedere les bij, helpt met vertalen en danst zelfs mee! We hoorden van Wim dat ze thuis geen bed heeft. Ze is weduwe en leeft met twee dochters in een kamertje. Haar zoon, ‘first born’, gaat naar boarding school en slaapt dus niet thuis. Maar de educatie voor haar kinderen is duur. En ze heeft de educatie verkozen boven zaken als een bed. Afgelopen week zijn we bij haar thuis uitgenodigd mee te komen eten. Het was een prachtige ervaring. Ze woont in een kamer van ongeveer 15m2 waar ze met haar twee dochters op een twee persoons matras slaapt. Ze hebben alle drie een koffertje waar hun kleren in zitten en ze eten op de grond, verder meubilair is er niet. Ik was in shock toen ik bij haar binnen stapte. Deze vrouw is altijd vrolijk, kletst me de oren van mijn hoofd en geeft de kinderen heel goed les. Maar ze leeft letterlijk in de zooi. Ik vind het heel inspirerend dat geluk dus niks te maken heeft met geld of hoe groot je huis is. Ze heeft haar ouders in de buurt, haar kinderen zijn slim en werken heel hard om hun school te halen en daarnaast woont ze in een straat met andere gezinnen. We waren de happening van de week. Muziek meegenomen en voor we het wistten stond de hele straat voor Martha’s kamer te dansen. 

Het is ongelofelijk je te beseffen dat het werkt. Dat de docenten zeggen dat verlegen kinderen nu meer durven, dat de kinderen vrolijker zijn. En één van de mooiste dingen vind ik dat Margaret, die vreselijk verlegen is, prinses speelt in de voorstelling en dat ook nog eens echt goed doet. Ze is aan het spelen! Hopelijk weet ze dat van de week vol te houden wanneer alle familie in de zaal zit, maar tot nu toe heeft ze ons heel veel verrast. Deze laatste dagen staan in het teken van herhalen, helaas maar heel weinig aangezien de kinderen examens hebben deze week. Maar er zijn genoeg andere dingen te doen, waarschijnlijk vliegen deze laatste dagen aan ons voorbij en voor je het weet zit je weer thuis op de bank.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen