dinsdag 8 april 2014

Rotterdam

We zijn weer thuis. Met beide voeten veilig en wel op Hollandse bodem. Alsof de afgelopen maand nooit heeft plaatsgevonden. 
Toen ik vanmorgen wakker werd dacht ik aan de kinderen. Die nu een welverdiende vakantie hebben. En ik vroeg me af of ze nu misschien een wie-wat-waar spelletje zullen gaan doen, of samen een dans zullen bedenken of misschien hun kleine broertjes en zusjes laten zien wat een ‘adventure road’ in houdt. En het misschien zelfs wel voor doen. Laten zien dat je kan spelen dat een leeuw je aanvalt of dat je door een rivier moet met krokodillen. En dat zij dan misschien wel hun verbeelding van andere kinderen aanwakkeren.

Maar dat zijn ogenschijnlijk grote dromen, geen idee of dat ook daadwerkelijk zo zou kunnen uitpakken. 
De laatste dagen zijn aan ons voorbij gevlogen. De kinderen hadden examens waardoor wij overdag tijd hadden om alles op een rijtje te zetten voor de eind voorstelling. Een echte voorstelling zou ik het niet noemen, het lijkt me ook praktisch onmogelijk een voorstelling te maken met kinderen die nog geen maand toneelles hebben en daarnaast maar ongeveer een uur per dag beschikbaar zijn. Een bonte middag is misschien beter, of zoals ze het op het jeugdtheater Hofplein noemen; een werkplaats. Met iedere groep is een kort stukje in gestudeerd wat vrijdag werd getoond aan alle ouders en docenten.

De laatste anderhalve week is me sowieso opgevallen dat alle docenten meer naar ons toe trokken. Drie docenten hebben ons van het begin af aan gesteund, de head teacher, Martha van groep 1 en Susan van groep 2. De eerste keek bijna iedere les, en ondanks dat hij soms met zijn zweep tak klaar stond was hij altijd heel enthousiast en trots. Martha en Susan waren dol enthousiast. Beiden hadden nog nooit de kinderen zo enthousiast en vooral vrolijk gezien. Zij zagen alleen maar positieve invloed op de kinderen. En toen aan het einde van de maand de examen uitslagen hoger bleken te zijn dan de maand daarvoor dachten zij zelfs dat dat misschien wel door de lessen zou kunnen komen. Dat zou fantastisch zijn, maar nooit helemaal te controleren.
De laatste dagen voelde je de kinderen weer drukker worden. Zenuwachtiger en vaak weinig concentratie. Ze moesten de hele dag examens maken om vervolgens nog een half uur te repeteren voor die laatste vrijdag. Ik denk dat de jonkies zich op die dagen niet echt realiseerden dat het die vrijdag ook echt klaar zou zijn, dat wij dan weg zouden zijn. Maar je merkte aan de oudere kinderen dat dit wel aan de hand was. Ze werden extra aanhankelijk, wilde zoveel mogelijk knuffelen en afscheid nemen duurde nog eens veel langer. 
Margaret, de tienjarige hoofd prinses uit groep 2, was de eerste twee weken vreselijk verlegen. Als ik ook maar naar haar keek draaide ze zich al weg. Ze was het derde kind in het rijtje waar we ook thuis zijn gaan kijken. Ik heb haar geprobeerd te interviewen maar na twintig minuten een mega geforceerd gesprek te voeren heb ik besloten dat maar te laten vallen. Binnen de lessen durfde ze beetje bij beetje meer te laten zien. Ze werd brutaler, wees andere kinderen op de plaats maar vooral: ze speelde. En was misschien wel één van de eerste die dat echt durfde. In de les durfde ze hard te schreeuwen, te dansen en ze wist alles te onthouden. Ik was ontzettend trots. 
Op dinsdag middag kwam ze tijdens de repetitie naar me toe. Of ze mijn huis mocht zien. Ik dacht dat ze de plek bedoelde waar wij in Kenia verbleven, ze wist waar dit was. Nee nee, mijn thuis, mijn thuis in Nederland. Of ze niet mee kon die vrijdag om bij mij te komen wonen. Dat leek haar een verstandig plan. Ik schoot even in de lach. Ik zag mezelf al aankomen op Schiphol met een tienjarig Keniaans meisje. Toen zag ik de bloed serieuze uitdrukking op haar gezicht, alsof dit de normaalste vraag van de wereld was. Dus dan probeer je uit te leggen dat het onmogelijk is om haar mee te nemen, dat ik haar simpelweg niet mee kon nemen. De blik die ik toen in haar ogen zag brak een stukje van mijn hart. En toch moet ik er ook nog steeds een beetje om lachen. Ik vind het ongelofelijk hoe hun kijk op de wereld zo klein kan zijn, zo anders. Natuurlijk is het allemaal te verklaren, te beargumenteren en te rationaliseren. Zij weten niet eens wat er buiten hun dorp ligt. Maar juist ook daarom, hoe kunnen de verschillen zo groot zijn. Komt dat dan allemaal door geld. En vooral, waarom zijn ze daar zo onderontwikkeld en hier niet? 

De werkplaats vrijdagmiddag was een feestje. Alle ouders in de zaal, waarvan de meeste ook nog nooit zoiets hebben gezien en dan al die koppies. De kleinste geschminkt, prinsessen met krantenrokjes en dan een verdwaalde dokter en indiaan. Een aantal kinderen sloegen dicht, wat helemaal niet gek is als ze voor het eerst voor een publiek staan, wat ook nog eens de ouders zijn en ouders gaan vrij kritisch met de kinderen om. Kinderen worden niet verwend, niet in materiële zin maar ook niet in emotionele zin. Je ziet ouders, vrijwel, nooit met hun kinderen knuffelen of spelen. Eigenlijk worden de kinderen al heel jong verwacht volwassen te zijn. Als ze uit school komen moeten ze afwassen, geiten hoeden of kippen vangen. En daarna is het tijd voor huiswerk. Kinderen hebben heel weinig ruimte om kind te zijn. En dat is niet persé gemeen bedoeld, of heel bewust, ze kunnen niet anders, het is hoe de cultuur in elkaar zit. Dus wie ben ik om daar dan echt over te oordelen. Ik heb nu eenmaal het grote geluk gehad op te groeien in een samenleving waar alles was en dan ook nog eens in een gezin waar heel veel mogelijk was. 

In mijn voor onderzoek heb ik me vaak afgevraagd wat het verschil zou zijn in fantasie bij deze kinderen en bij kinderen in Nederland. Ik droomde als zevenjarige van Abeltje, er leefden twee kinderen in mijn buik en ik werd zeker weten een super ster. Ik ging ervan uit dat ieder kind dit soort fantasiën zou hebben. Helaas gold dit in eerste instantie niet voor de kinderen die wij tegen zijn gekomen. Ze droomden van scholing en goede banen in de toekomst. Prinsessen, prinsen en super sterren kennen ze niet. Ze weten niet wat acteurs zijn, dat kan ook niet als je nog nooit een film hebt gezien. 
De enige manier om deze fantasie los te maken was door het voor te doen. En daarin hebben Niki en Stefan heel veel stappen weten te maken. De eerste dagen ontstond er alleen maar gegiechel als zij iets voor deden. De kinderen hadden geen idee wat hen overkwam. En deze reactie was misschien nog wel de mooiste reactie die ik in de hele maand heb mogen zien. Het onbegrip gemengd met blijdschap. Dat alles kan bestaan omdat je kan spelen dat het er is. 
Ik denk dat door het vele voorspelen de kinderen uiteindelijk konden gaan spelen. In het begin was het voornamelijk heel veel na doen maar na verloop van de weken gingen een aantal kinderen open en durfden. 

Kinder fantasie is overal. Ieder kind kan fantaseren maar wij westerlingen hebben geluk met de hoeveelheid films, boeken, computer spelletjes, attractie parken en buitenschoolse activiteiten waarin we onze kinderen tot in het uiterste kunnen laten ontwikkelen in de richting waar dit kind op wil. 

Nu is het tijd om iets te gaan doen met al het materiaal van de afgelopen maand. Voor alle donateurs: nogmaals hartelijke dank voor uw donatie. Als de documentaire klaar is hoort u dat uiteraard meteen. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen